Artikel De Tijd Online – Moet China zijn moordende concurrentiekracht intomen? Plots lijdt het er zelf onder

Laurens Dekock
Chinese ondernemingen worden in Europa gevreesd om hun snelheid en concurrentiekracht. Net die ‘sterktes’ doen nu ook de eigen economie pijn. Eén op de acht beursgenoteerde bedrijven kan zijn schulden niet meer dragen. ‘Staatssteun houdt de vele zombies kunstmatig in leven.’
De essentie
Wat is er aan de hand?
De concurrentie in China is zo moordend dat ondernemingen elkaar blijven onderbieden, ten koste van hun winstmarges.
Wat is het gevolg?
Het leger ‘zombiebedrijven’ wordt steeds groter. Een op de acht beursgenoteerde ondernemingen in China kan haar schulden niet meer dragen. In de zonne-energiesector gaat het om een op de drie bedrijven.
Hoe blijven de zombies overeind?
Dankzij staatssteun, die soms ver gaat. Lokale bestuurders zijn vaak bijzonder gul, omdat hun eigen carrières ervan afhangen.
Harder werken zonder dat het meer opbrengt. Het Mandarijn heeft er een woord voor: neijuan. Het betekent letterlijk ‘naar binnen rollen’, maar laat zich vrij vertalen als involutie, het omgekeerde van evolutie. De term brak in 2020 door op het Chinese internet bij jongeren, die er de steeds veeleisendere ratrace in het land mee wilden beschrijven. Er werden zelfs beelden gepost van studenten die fietsend studeerden met een boek in de hand.
In sommige gevallen bouwt de lokale overheid een hele fabriek, voorziet ze in alles om die te laten draaien en overhandigt ze dan de sleutel. Pas vanaf dan moet het bedrijf zelf geld uitgeven.
Alexander Davey – Onderzoeker Duitse China-denktank Merics
Sinds begin vorig jaar zien economen, academici en intussen ook beleidsmakers in Peking een parallel in de Chinese bedrijfswereld. De concurrentie is er zo moordend dat ondernemingen elkaar blijven onderbieden, ten koste van hun winstmarges. ‘In China draait het allereerst om marktaandeel in handen krijgen. Daarvoor houden bedrijven hun prijzen lager dan bij ons’, zegt Alexander Davey, onderzoeker bij de Duitse China-denktank Merics. ‘De prikkel is er anders dan hier.’
De auto-industrie toont dat het scherpst. Fabrikanten verkopen wel duurdere wagens, maar verdienen er minder aan. De omzet per voertuig steeg in de eerste drie maanden van dit jaar met 5,4 procent, terwijl de brutowinst per wagen 13,2 procent lager lag dan in dezelfde periode van 2025. In de zonnepanelensector verkocht Daqo zijn polysilicium, de belangrijkste grondstof voor zonnecellen, begin dit jaar voor 5,96 dollar per kilo. Dat is amper 1 cent boven de productieprijs.
Carrièrekwestie
Een opvallend gevolg van de lage winstmarges is een steeds groter leger aan ‘zombiebedrijven’. Voor steeds meer Chinese ondernemingen is de situatie zo nijpend dat ze de rente op hun schulden, vaak bij staatsbanken, niet meer kunnen betalen met hun brutobedrijfswinst (ebitda). Dat berekenden Alicia García-Herrero en Jianwei Xu, economen bij de Franse investeringsbank Natixis. In 2025 gold dat voor 12 procent van de beursgenoteerde bedrijven, dubbel zoveel als het wereldwijde gemiddelde van 6 procent. In de hyperconcurrentiële zonne-energiesector gaat het zelfs om één op de drie bedrijven.

De zombiebedrijven, zoals de economen hen noemen, kunnen alleen overeind blijven dankzij staatssteun, vooral van lokale overheden. ‘De steun houdt de minst concurrentiële bedrijven kunstmatig in leven, terwijl ze onder normale marktdruk failliet zouden gaan’, zegt García-Herrero.
Waarom de lokale overheden toch met subsidies blijven strooien? Uiteraard leeft de hoop dat de bedrijven het langer dan hun concurrenten uitzingen, waarna ze hun prijzen kunnen verhogen. Maar volgens experts speelt ook de manier waarop de Chinese overheid werkt mee.
De overheden die staatssteun uitreiken, volgen het commando van de Communistische Partij, die China bestuurt. ‘Peking bepaalt, onder meer via vijfjarenplannen, in welke sectoren het land moet uitblinken, van elektrische auto’s over chips tot fotovoltaïsche cellen’, zegt Davey. ‘Als Peking AI als prioriteit aanwijst, gaan tientallen lokale besturen tegelijk op zoek naar bedrijven die ze in die sector kunnen lanceren via spotlight projects.’
Maar het valt op dat er veel projecten worden gelanceerd en dat de steun ver gaat, zegt Davey. ‘Lokale overheden lokken massaal bedrijven uit de prioriteitssectoren met subsidies, goedkope grond, belastingvoordelen of andere voordelen. Een Chinese professor vertelde me dat de lokale overheid in sommige gevallen zelfs een hele fabriek bouwt, in alles voorziet wat nodig is om ze te laten draaien en daarna de sleutel overhandigt. Pas vanaf dan hoeft het bedrijf zelf geld uit te geven.’
Lokale bestuurders zijn vaak zo gul, omdat hun eigen carrières ervan afhangen. ‘Ze maken carrière via een evaluatiesysteem dat hun prestaties beoordeelt. Dat is onder meer gebaseerd op de economische groei, de tewerkstelling of de belastingsinkomsten in hun regio. Hoe beter ze op die criteria scoren tegenover andere ambtenaren, hoe groter hun kans op promotie.’ Het gevolg: zolang zombiebedrijven bijdragen aan de targets die de lokale besturen moeten halen, laten overheden ze niet snel failliet gaan.
Regionale leiders versterken het effect nog. ‘Lijkt een project van de ene lagere ambtenaar succesvol, dan hemelt de provincieleider dat op en spoort die anderen aan hetzelfde te doen. Wie veel projecten lanceert, vergroot zijn kans op succes en dus ook op promotie, ook als dat project op termijn niet rendabel blijkt’, zegt Davey.
Bed bij de klant
Pascal Coppens, een ondernemer en keynotespeaker die twintig jaar in China heeft gewoond en gewerkt, linkt de scherpe concurrentie niet alleen aan staatssteun. Toen hij in de jaren 90 voor de Franse telecomreus Alcatel werkte, merkte hij al hoe grote concurrent Huawei erg ver ging om als winnaar te eindigen. ‘Die werknemers waren hongerig. Ze hadden een bed bij de klant, zodat ze klaarstonden zodra er een probleem was. Het bedrijf had ook tot drie keer zo veel mensen als wij.’
De concurrentiedruk leidt ook tot verschroeiende snelheden. ‘Drie maanden nadat ik in 2005 een eigen softwareproduct had gelanceerd, waren er vijf à zes concurrenten die exact hetzelfde deden’, zegt Coppens. ‘We hadden dus altijd maar drie maanden om een nieuw product uit te brengen. Anders was het gedaan. De Chinese techwereld is geen kwestie van de beste zijn, maar een kwestie van overleven.’
Coppens wijst op het contrast met bedrijven in Europa of de Verenigde Staten, die vaak maanden aan het perfecte product sleutelen. ‘Op basis van feedback doen Chinese bedrijven meteen na de lancering aanpassingen, waarna razendsnel een nieuwe versie volgt’, zegt hij. ‘Kijk naar Lenovo of BYD, zij lanceren om de paar maanden een nieuw model.’
Voor Europese bedrijven die in China actief zijn, is dat tempo vaak wennen, zegt consultant Wim Horsten. ‘Een bedrijf waarvoor ik werkte, liet in China een product ontwikkelen dat niet aan de Europese regels voldeed. Je zou denken: terug naar de tekentafel. Maar een week later al was het probleem opgelost. Die concurrentiedruk dwingt bedrijven razendsnel te werken. Wij denken bij de implementatie van een strategie in jaren, zij in maanden.’
Lagere groei
Die snelheid geeft Chinese bedrijven een voordeel, maar experts zijn het erover eens dat de hele economie intussen onder de concurrentiedruk en de zombiebedrijven lijdt. ‘Als ondernemingen hun winstmarges zien slinken, moeten lokale overheden meer schulden aangaan om hen overeind te houden. En werknemers krijgen lagere lonen, staan onder grotere druk en riskeren sneller hun baan te verliezen’, zegt Alexander Brown, onderzoeker naar de Chinese economie en Davey’ collega bij Merics.
Met lagere winstmargesslagen bedrijven er bovendien niet in te investeren, ziet García-Herrero. ‘De investeringen in vaste activa groeiden tot de coronacrisis sterker dan de economische groei, nu zijn die aan het krimpen’, zegt ze. Dat leidde volgens economen tot de laagste groeicijfers in decennia voor China. Al is het niet duidelijk of de dalende investeringen volledig aan involutie te wijten zijn.

Bovendien wakkert de prijzenoorlog deflatie aan. Tussen eind 2022 en begin 2026 daalden de prijzen aan de fabriekspoort. Ook eten en drank werden goedkoper. Dit jaar kenterde dat voor de meeste sectoren weliswaar. Maar in verhitte sectoren zoals de auto-industrie dalen de fabrieksprijzen nog altijd.
Te weinig gasten aan tafel
Dat Chinese bedrijven marktaandeel najagen, heeft nog een specifiek gevolg. De fabrieken draaien op volle toeren, terwijl ze in eigen land maar moeilijk kopers vinden. China kampt al sinds het uitbreken van de vastgoedcrisis in 2021 met een hardnekkig lage vraag, mede omdat Chinese gezinnen zo’n 40 procent van hun inkomen sparen vanwege de beperkte sociale vangnetten. Het gevolg is een land dat wel zijn boodschappen doet en alledaagse consumentengoederen koopt, maar vaak niet investeert in een wagen of een woning.
Daardoor kampen fabrikanten met overproductie. De partijkrant People’s Daily citeerde een anonieme bron die het fijntjes samenvat: China heeft twee tafels eten klaargezet voor één tafel gasten. Hoeveel de gasten ook eten, ze krijgen het nooit op.
Niemand betwist dat Chinese bedrijven technologisch zeer capabel zijn en hard werken, maar daarom zijn ze niet per definitie competitiever dan Europese bedrijven.
Alicia García-Herrero – Hoofdeconoom bij investeringsbank Natixis
Wat de binnenlandse markt niet opslorpt en niet in de voorraden blijft hangen, wordt geëxporteerd, onder meer naar Europa. Vaak tegen prijzen waarmee Europese producenten moeilijk kunnen concurreren, waardoor in Europese politieke kringen al snel het woord ‘dumping’ valt. ‘Dalende winstmarges op de thuismarkt maken het voor Chinese bedrijven aantrekkelijker om hun producten in het buitenland af te zetten’, zegt Brown. In Europa kunnen ze dan hogere prijzen vragen. ‘Nu de Amerikaanse markt steeds meer op slot zit, wordt Europa voor hen des te belangrijker.’
Econome García-Herrero ziet ook een ander gevolg voor Europa. Omdat de Chinese markt al sterk verhit is en de binnenlandse vraag zwak blijft, komen Europese fabrikanten er steeds meer in het nauw. Ze wijst onder meer op de Duitse autobouwers Mercedes, Volkswagen en BMW, die hun tegenvallende resultaten allemaal toeschrijven aan dalende verkopen in China. ‘Maar ook kledingketens als Zara verliezen er aanzienlijk marktaandeel.’
Westerse bedrijven botsen volgens haar bovendien op spelregels die Chinese bedrijven bevoordelen. ‘Naast staatssteun schendt China een hele reeks regels van de Wereldhandelsorganisatie, bijvoorbeeld rond transparantie en de bescherming van intellectueel eigendom. Niemand betwist dat Chinese bedrijven technologisch zeer capabel zijn en hard werken, maar daarom zijn ze niet per definitie competitiever dan Europese bedrijven.’
Nulsomspel
Peking beseft dat de oververhitte concurrentie steeds meer schade aanricht. In juli 2025 riep de Centrale Commissie voor Financiële en Economische Zaken op om ‘wanordelijke concurrentie met lage prijzen’ aan te pakken en verouderde productiecapaciteit ‘ordelijk te laten verdwijnen’. Daarna volgden onder meer regels die bodemprijzen oplegden en de staatssteun aan bedrijven beperkten.
Voor Davey is het symptoombestrijding. ‘Zulke maatregelen veranderen weinig aan de nauwe band tussen lokale bestuurders en bedrijven, die door het systeem van promoties en targets in stand wordt gehouden en waardoor verlieslatende bedrijven blijven overleven.’ García-Herrero merkt op dat het beleid ook de binnenlandse vraag niet helpt te stutten.
Maar Peking kan de concurrentie ook niet te hard afremmen, zegt ze. ‘Het Chinese groeimodel leunt nu eenmaal sterk op investeringen in exportgerichte sectoren, net de sectoren waar de concurrentie het hevigst is. Die groei is cruciaal voor de Communistische Partij, die China zo onafhankelijk mogelijk van de rest van de wereld wil maken. Uiteindelijk draait het om het voortbestaan van de partij. Europa is daarbij niet het doel op zich: China handelt in de eerste plaats uit eigenbelang. Voor Peking is het een nulsomspel.’
Zo lijkt de Chinese involutie een tweesnijdend zwaard. Aan de ene kant houdt ze de exportmotor draaiende waarop de Chinese economie zo sterk leunt. Aan de andere kant zet ze bedrijven, werknemers en ook de binnenlandse economie steeds verder onder druk. ‘Zonder een grondige herschikking van de markt blijven kapitaal en talent vastzitten in zombiebedrijven’, besluit García-Herrero. ‘En dat ondermijnt de groei op lange termijn.’

Geïnteresseerd in onze diensten?
We zijn beschikbaar voor je vragen. Je kan ons ook contacteren voor een gratis consultatiegesprek van één uur.
Contacteer ons